Tussen licht en gemis, mijn eerste feestperiode apart.
Mijn eerste kerst en nieuwjaar apart. Mijn kinderen maar de helft van de tijd bij mij. Tussen het gemis door ontdekte ik iets wat ik niet had verwacht: ruimte. Voor stilte, zachtheid en opnieuw aanwezig zijn bij mezelf.
De eerste kerst en nieuwjaar sinds ik apart woonde, voelde het alsof ik een nieuwe taal van rouw en aanwezigheid moest leren. Mijn kinderen waren er maar de helft van de tijd. En dat gemis voelde als een constante onderstroom. Soms zacht. Soms scherp, als een steek in mijn borst.
Er is iets rauws aan zo'n eerste feestperiode. De wereld lijkt vol licht, warmte en samenzijn, terwijl je eigen binnenwereld plots heel stil kan worden. Ik merkte dat ik voortdurend balanceerde tussen twee dingen die bijna niet naast elkaar leken te mogen bestaan: het immense verdriet van het missen van mijn kinderen én het zachte, bijna verbazingwekkende gevoel van rust dat soms ontstond wanneer ik alleen was.
Zelfzorg werd mijn anker.
Niet het soort zelfzorg dat je in een handboek vindt. Geen grootse dingen.
Een warm bad.Een kop thee in stilte.Een kaars aansteken.Bewust ademen terwijl buiten de wereld bruist van lichtjes en geluiden. Kleine rituelen die me hielpen om aanwezig te blijven bij mezelf, terwijl ik tegelijk een nieuw soort gemis leerde dragen. En wat vond ik dát verwarrend. Het ene moment voelde ik warmte. Een vriendin die een lief berichtje stuurde. Een herinnering die onverwacht een glimlach opriep. De kleine dingen die ik voor mezelf creëerde. En dan, soms bijna zonder waarschuwing, was er opnieuw die leegte. De lege plek aan tafel. De stilte in huis. Het besef dat een stuk van mijn hart op dat moment ergens anders was.
Nu ik enkele weken alleen woonde, begon er voor het eerst ook ruimte te ontstaan om werkelijk te voelen. Daarvoor was er vooral overleven. Regelen. Plannen. Organiseren. Doorgaan.
Nu mocht ik erkennen: dit is verdrietig.dit doet pijn. Maar óók: dit voelt rustig. Ik mag hiervan genieten. Ik mag hier even gewoon zijn.
Die twee hoefden elkaar blijkbaar niet uit te sluiten.
De feestperiode bracht me geen eenvoudige antwoorden. Wel een soort diepe eerlijkheid met mezelf.
Het gemis van mijn kinderen bleef. Rauw en onvermijdelijk. Maar daarnaast begon ik iets anders te ontdekken: dat er ook ruimte mocht zijn voor mij. Voor adem. Voor rust. Voor mijn eigen aanwezigheid.
En misschien was dát wel een van de onverwachte cadeaus van deze periode.
Mijn eerste kerst en nieuwjaar apart waren geen perfect plaatje van feestvreugde.
Ze waren een oefening in zelfcompassie. In aanwezig blijven bij wat pijn doet, zonder voorbij te gaan aan de kleine momenten die toch warm voelen.
Misschien hoeft licht het donker ook helemaal niet weg te nemen.
Misschien mogen ze soms gewoon naast elkaar bestaan.
In het licht van de maan, Nina


